Tafelgast aan het woord

De visie van André Koffeman

André Koffeman is leraar ILO (beginnende leraren), opleider voor ervaren leraren, promotie-onderzoek leren van leraren en een van de drie tafelgasten. Na afloop van de discussie gaat hij nog dieper in op het discussiestuk Toekomst van ons onderwijs en de dialoogbijeenkomst.

Wat vind je van het discussiestuk?

Ik vind het heel sterk dat er veel handtekeningen onder staan, het is breed gedragen. Er zijn veel belangen, meningen en ideeën waardoor het lastig is om mensen bij elkaar te krijgen. Het is net als met voetbal: iedereen heeft er een beetje verstand van. Je kunt er dus lang met elkaar over praten, maar komt er nooit helemaal uit. Het wordt de uitdaging om ook écht groot onderhoud te gaan plegen, want daar zijn we wel aan toe.

Wat vond je van de dialoogbijeenkomst?

Het was apart, zo in de studio, zonder zichtbare interactie van het publiek. Maar we hebben wel een goed gesprek kunnen voeren denk ik, vanuit verschillende perspectieven (leerkracht, directie, onderzoeker). Omdat het om complexe materie gaat, was het best lastig om dat goed uit te lichten. Ik ben heel benieuwd naar de reacties in de chats, aan de hand daarvan kan ik beter bepalen of de bijeenkomst succesvol is geweest. De vraag is immers niet ‘wat kwam er uit onze mond?’, maar ‘wat kwam er in de oren van de deelnemers?’.

Wat verwacht je van het vervolgtraject?

Ik hoop dat er groot onderhoud komt en dat we het stelsel wat gaan aanpassen. Als voorbeeld: we hebben nu een bevoegdhedenstelsel waarbij je – als je op dag één voor de klas staat – precies dezelfde verantwoordelijkheden hebt als iemand die al 40 jaar voor de klas staat. Dat is niet goed. Ik werk op de lerarenopleiding van de UvA. Studenten doen een jaar extra na hun master en dat levert ze een bevoegdheid op. We leren ze in dat jaar eigenlijk twee dingen: overleven – de basis van het lesgeven zoals uitleggen en orde houden –  en daarnaast onderzoek doen, complexe docentvaardigheden, metacognitieve strategieën, allemaal dingen waar je pas later in je loopbaan echt wat mee kunt doen. Alles wordt in dat ene jaar gepropt. Dat is onwenselijk en leidt tot veel frustratie.

Ik hoop dat we naar een meer gedifferentieerd stelsel gaan, met meer opbouw. Ook in de carrière. En ik wil graag dat we een manier vinden om de beroepsgroep nog weer wat meer mee te geven. Met meer professionele ruimte om je ding te doen, het bieden van perspectief en (zelf)waardering. Dat zie je nu bijvoorbeeld gebeuren in de gezondheidszorg en het onderwijs. Mensen die daar werken hebben het nog veel drukker dan normaal, maar klagen niet. Omdat ze ervaren dat ze gewaardeerd worden en er letterlijk applaus klinkt.

Wat hoop je voor de toekomst van het onderwijs?

Docenten mogen zich meer verenigen in een sterke beroepsgroep die zichzelf controleert, eigen verantwoordelijkheid heeft en zelf de regie neemt.

Voeg toe aan selectie