Tafelgast aan het woord

De visie van Sylvia Pronk

‘Dat is óók leuk!,’ dacht ik toen mijn kinderen naar de basisschool gingen. Dus na hele andere paden bewandeld te hebben, ben ik op mijn 35ste als zij-instromer begonnen in het onderwijs. Eerst voor de klas en daarna als directeur. Wat ik geweldig vind aan het onderwijs is dat het heel levend en dynamisch is. Maar er wordt ook veel gepraat en weinig gedaan. Dat schuurt bij me, dus toen ik de uitnodiging ontving om hier als tafelgast wat te mogen roepen over dit onderwerp wilde ik dat wel. We hebben een achterstand opgelopen in wat leerlingen nu en straks nodig hebben. Dat halen we niet meer in, maar we moeten wel stappen zetten. En dat ligt niet alleen bij de scholen.

Wat vind je van het discussiestuk?
Het is één van de pleidooien. Als je De Staat van het Onderwijs van de Onderwijsinspectie leest zie je dezelfde dingetjes en zorgen. Dat geldt ook voor zaken die wel goed gaan (en die overigens te weinig benoemd worden waardoor ze ook niet aantrekkelijk zijn). Ik ben een beetje klaar met pleidooien en debatteren: er moet wat worden gedaan, ook van bovenaf. Ik mis een beetje het doel.

Wat vond je van de dialoogbijeenkomst?
Er is heel veel verschil. Tegelijk is dat ook wel zorgwekkend, want hoe komen we tot een gezamenlijk standpunt? Hoe lang moeten kinderen wachten op onze oplossing? Maar het was wel heel mooi om te horen hoe iedereen er zo anders over denkt. En altijd vanuit zijn of haar perspectief: door je buurt, je kinderen, je jeugd. Iedereen heeft een heel duidelijke context, wat maakt dat we er nog lang niet zijn.

Wat verwacht je van het discussiestuk?
Wat ik verwacht weet ik niet, maar ik hóóp dat het ons weer een stukje dichterbij het herijken van het onderwijs brengt. Was dit 5 jaar geleden gebeurd, dan had het problemen, zoals het lerarentekort, kunnen voorkomen. Laat nu het lef er wél zijn om die stap te nemen.

Wat hoop je voor de toekomst van het onderwijs?
Dat er meer tijd en ruimte komt om kinderen op maat de kans te geven om te doen waar ze goed in zijn én daar misschien in hun werkende leven op door kunnen gaan. En dat we die begeleiding ook weer met plezier gaan doen, zodat leraar zijn wederom een mooi vak wordt.

Voeg toe aan selectie