Een leercultuur voor alle leeftijden

'De onderwijssector wil een doorbraak realiseren in leven lang ontwikkelen', zo luidt het pleidooi van Toekomst van ons onderwijs. 'Nederland is een open economie, een maakindustrie, diensteneconomie én een kenniseconomie. Onze welvaart hangt af van de productiviteit en kwaliteit van ons menselijk kapitaal. Investeren in duurzame inzetbaarheid van onze mensen geeft de doorslag voor het behouden en uitbouwen van onze welvaart en welzijn.' Lees meer over het standpunt van de betrokken onderwijsorganisaties over het thema.

Technologische ontwikkelingen en globalisering zorgen voor continue, soms radicale veranderingen in de aard van werk. Dat vraagt van mensen dat zij zich voortdurend blijven ontwikkelen en scholen om op de arbeidsmarkt inzetbaar te zijn. Maar ook vraagt het van onze samenleving dat we arrangementen ontwikkelen die mensen daarbij helpen. Een goed opgeleide, wendbare en weerbare beroepsbevolking kan alleen bestaan als permanent leren, jezelf een leven lang ontwikkelen vanzelfsprekend zijn. Van die vanzelfsprekendheid is nu nog geen sprake: het ontbreekt in Nederland aan een brede, sterke leercultuur.

Dat vereist dat we anders gaan denken over leren en ontwikkelen; dat we kinderen al jong duidelijk maken dat leren en ontwikkelen nooit ‘af’ is. Dat leren niet alleen op school maar ook in werk plaatsvindt. Dat werk zal blijven veranderen als gevolg van nieuwe inzichten en van onderzoek, dat steeds meer en steeds sterker verbonden zal zijn met de beroepspraktijk. Leren, werken en onderzoeken zijn zo in een nauwe onderlinge verbondenheid de pijlers onder het vakmanschap en de kennispositie die we koesteren als fundament van ons menselijk kapitaal.

Voor een brede, sterke leercultuur moeten leren, werken en onderzoeken veel dichter bij elkaar worden gebracht in nieuwe arrangementen. De overheid komt een bijzondere rol toe om een sterke leercultuur te stimuleren, vooral bij beroepsgroepen en bedrijven waar dat moeilijk van de grond komt. Vanwege het grote maatschappelijke belang ligt er een bijzondere publieke verantwoordelijkheid in toegankelijkheid van informatie, zodat iedereen eenvoudig heldere en betrouwbare informatie kan vinden over baankansen en formeel leren, ongeacht opleidingsniveau en leeftijd. Het publieke, diplomagerichte onderwijs moet ook open staan voor volwassenen. Zij kunnen, nee moeten blijven leren om mee te blijven doen. Dat geldt voor mensen die (weer) willen leren rekenen, lezen en schrijven, digitaal vaardig worden of inburgeren, of alsnog een diploma willen halen. En dat geldt ook voor iedereen die al een opleiding – ongeacht welk NLQF-niveau – heeft afgerond en aan zijn inzetbaarheid en loopbaan wil werken. Bijvoorbeeld door zich her-, bij- en om te scholen en installateur, docent, verpleegkundige of game-ontwerper te worden. Het middelbaar beroepsonderwijs, de hogescholen en de universiteiten werken op regionaal niveau met elkaar samen om aan de behoeften van de regionale arbeidsmarkt tegemoet te komen. Zo plukt de hele samenleving de vruchten van een sterke en brede leercultuur waarin mensen zich een leven lang kunnen ontwikkelen. Leven lang ontwikkelen voor alle volwassenen (ongeacht hun vooropleiding) is van groot belang voor de Nederlandse samenleving.

We staan voor de taak om naast de rechten op een bekostigde opleiding tot en met NLQF-niveau 7 (master), een publiek stelsel van leven lang ontwikkelen onderwijs uit te bouwen in aanvulling op de bestaande onderwijsleerlijnen in het initieel onderwijs. Het initiatief ligt bij bedrijven en werkenden zelf, maar de overheid speelt een essentiële rol. De publieke infrastructuur van het onderwijs is er uitermate geschikt voor. Onderdeel van onze visie op de toekomst van leren en werken in Nederland is namelijk het realiseren van een sterke leercultuur op alle niveaus om duurzame inzetbaarheid te bereiken voor álle volwassenen, ongeacht hun vooropleiding. Dit vraagt daarom naast regulering ook om aanvullende publieke bekostiging voor alle onderwijsniveaus. Bijvoorbeeld met nieuwe instrumenten als het STAP-budget of leerrechten. Hiervoor is een extra publieke structurele investering noodzakelijk voor alle onderwijsniveaus. Zo worden alle volwassenen op latere leeftijd in staat gesteld nog een (extra) certificaat of module te halen om duurzaam inzetbaar te zijn op de arbeidsmarkt. Erkende aanbieders in het publiek onderwijs bieden daartoe maatwerkscholing aan met civiele waarde. De onderwijssectoren zetten zich daarbij gezamenlijk in voor nieuwe samenwerkingsvormen tussen kennisinstellingen, bedrijfsleven, overheid, sociale partners en maatschappelijke organisaties.

Lees het gehele discussiestuk

Voeg toe aan selectie