Hoe zorgen we ervoor dat ons onderwijs leerlingen en studenten motiveert om het beste uit zichzelf te halen, in een goede balans tussen motivatie, welzijn en prestatie?

Het discussiestuk Toekomst van ons onderwijs nodigt uit tot dialoog. Dit gebeurt onder andere tijdens een aantal dialoogbijeenkomsten met relevante partijen. Het thema van de dialoogbijeenkomst op 20 februari was Ruimte voor leerlingen/studenten om het beste uit zichzelf te halen.

Te veel leerlingen verliezen in het huidige systeem en onder de huidige omstandigheden hun plezier in het onderwijs. Studenten ervaren dat er (binnen en buiten het curriculum) steeds minder ruimte is voor brede ontwikkeling en persoonsvorming. Bovendien ervaren steeds meer scholieren en studenten zoveel druk dat dit ten koste gaat van hun welzijn en leerprestaties. Jongeren hebben zowel binnen als buiten het onderwijs te maken met een stapeling van onzekerheden als gevolg van bijvoorbeeld het sociaal leenstelsel, flexibilisering van de arbeidsmarkt en drukte op de woningmarkt. Dit veroorzaakt mentale druk en raakt met name kwetsbare groepen, wat de kansenongelijkheid vergroot.

Gespreksleider Tjip de Jong begeleidde de dialoogbijeenkomst. Het begon met een discussie tussen drie tafelgasten, gevolgd door een uitnodiging aan de ongeveer zestig aanwezigen, waaronder een aantal studenten, om met elkaar in gesprek te gaan aan de hand van een aantal stellingen.

De drie tafelgasten:

  • Frank Léoné, universitair docent RU
  • Paul Delnooz, oprichter Innovatie Academie
  • Jeffry Meijer, student en lid van de centrale medezeggenschap van de Hogeschool van Amsterdam en oprichter van Limitless
     

De Jong: ‘Er gaat veel goed, maar er zijn ook fundamentele problemen. Te veel studenten verliezen hun plezier in het onderwijs.’ Ter illustratie toont Tjip twee recente krantenartikelen die verwijzen naar burn-out en hoge druk onder studenten.

Meijer herkent dit: ‘Het is lastig om te wisselen van studie. Er is weinig ruimte om fouten te maken en dat geeft stress.'  Delnooz pleit voor een drastische verandering van de inrichting van het onderwijs. ‘Kinderen zijn van nature kritisch, creatief en ondernemend. Echter hoe ouder ze worden, hoe meer ze deze eigenschappen verliezen en steeds minder gemotiveerd raken. De nadruk ligt teveel op je moeten bewijzen, checkboxes en gecontroleerd worden waardoor nieuwsgierigheid en passie zijn weggeorganiseerd. Uit experiment op een aantal scholen blijkt dat coachend lesgeven zowel de prestaties als de motivatie verhoogt.’ Léoné brengt in dat we cultuurgebonden kennis nodig hebben en ook willen - en moeten - controleren. Hoe geven we daar vorm aan? ‘De nadruk zou moeten liggen op hoe cool het is om je te ontwikkelen, levenslang. En niet op studeren van toetsmoment naar toetsmoment, waarbij je het geleerde snel weer vergeet.’

Intrinsieke motivatie
Er ontstaat een levendige discussie. Men lijkt het erover eens te zijn dat leerlingen en studenten meer ruimte moeten krijgen om hun verantwoordelijkheid te nemen, te experimenteren en te ontdekken. Ze moeten geprikkeld worden op hun intrinsieke motivatie en niet afgerekend worden op hun cijfers, maar meer autonomie en vertrouwen krijgen. De terugkerende vraag is steeds: hoe pakken we dit aan? Hoe gaan we toetsen? Er is behoefte aan meten: bepalen van het niveau van de leerling om vervolgstappen te kunnen zetten naar verdere ontwikkeling en vakken- en schoolkeuze. En ook meer momenten van reflectie organiseren. Deze behoefte is er zowel bij de leerling zelf, als bij de docenten en ouders.

Anders lesgeven
Delnooz: ‘Er is een omslag in denken nodig over hoe we leerlingen stimuleren om hun kritisch creatief vermogen aan te (blijven) spreken.’ Léoné pleit ervoor om docenten goede randvoorwaarden te geven zodat er een systeem ontstaat waardoor leerlingen en studenten meer uit zichzelf in actie komen. Persoonlijke leeromgeving in optima forma. Delnooz is het hier volmondig mee eens, maar waarschuwt dat dit wel volledige acceptatie van alle partijen vereist (maatschappij, directeur, docenten, ouders) en dat het veel vraagt van de leerkrachten. Die zullen op een andere manier les moeten gaan geven, meer coachend, wat weer andere vaardigheden vraagt. Meijer stipt nog even aan dat er ook meer ruimte moet komen voor de niet-gemiddelde student, de leerlingen met een beperking. Een van de studenten bekent dat het leren voor examens wel een zekere structuur en motivatie biedt en vraagt zich hardop af hoe studeren zonder zou verlopen.

Anders toetsen
Er worden voorbeelden genoemd van scholen waar alleen nog maar geschreven beoordelingen worden gegeven, waar studenten elkaar helpen, waar anoniem getoetst wordt, waar de toetsing een presentatie is aan ouders, familie en vrienden en de sociale drive meer getriggerd wordt. Alles heeft zijn plus- en minpunten. Een van de deelnemers wijst erop dat toetsen teveel doorgetrokken is tot een vorm van afrekening. Student, docent, school én politiek worden afgerekend op toetsresultaten. Het heeft niet meer puur met het meten van leerresultaten te maken.

Noodzaak en uitdaging
Aan bod komen verder nog gelijkheid en ongelijkheid in het onderwijs, de steeds groter wordende rol van schaduw-onderwijs, de onontbeerlijkheid van subjectiviteit (hogere verwachtingen leiden meestal tot betere prestaties), de waardering van praktijkleren en het ontwikkelen van praktijkvaardigheden. In hoeverre zijn scholen verplicht om ook goede ondersteuning te bieden? Worden het niet te veel zorginstellingen?

Net als in eerdere dialoogbijeenkomsten wordt er benadrukt dat het huidige onderwijs óók veel goeds biedt dat gekoesterd mag worden, er is al veel bereikt. Maar de hamvraag blijft: wat wordt de nieuwe koers en hoe gaan we die vorm geven.

Na afloop van de discussie bleven veel aanwezigen nog napraten over het onderwerp van de dialoogbijeenkomst en het discussiestuk.

Voeg toe aan selectie